De Vlaardinger https://devlaardinger.nl/portals/0/afbeeldingen/logo-V.png

Ton Lebbink: Fietsen op het Mittelmeer

Ton Lebbink: Fietsen op het Mittelmeer

Zijn anderhalfje stond nog exact op de toog waar Ton Lebbink het drie weken eerder had achtergelaten om sportief te gaan fietsen rond het Mittelmeer. Hij haalde zijn wenkbrauwen op (die had hij bij de douane op Schiphol laten liggen), etaleerde zijn gebronsde huid, en vertelde volop anekdotes over zijn Zuid-Europese belevenissen, terwijl hij in zijn achterhoofd een gedicht op muziek liet rijpen (LINK).

Het muzikale gedicht resulteerde enige maanden later ietwat enigmatisch in de titel: Fietsen op het Mittelmeer. Hoe of wat een gewoon mens op water fietsen kon, dat bleef een bijbels fenomeen. Jezus was hier echter nicht im Frage; Godzijdank.

Op zijn vraag of het belegen en krachteloze, maar goed bewaard gebleven anderhalfje vervangen kon, antwoordde dienster Caroline dat drank weggooien niet tot haar favoriete bezigheden behoorde, maar gezien de tijdsspanne en het min-of-meer rustgevende doel van de 21-daagse absentie een uitzondering kon worden gemaakt.

‘Daar is een mens wel aan toe,’ zei Ton Lebbink terwijl hij smakkend met de lippen deze gekoelde min-of-meer dubbele godendrank 2.0 nipjesmaat tot zich nam. ‘Drie weken zonder jonge klare en een kouwe klets van Amsterdamse origine holt je geestelijk helemaal uit. Vakantie … vergeet het maar!’

Caroline liep de keuken in omdat iemand een tosti had besteld, maar kon geen vers oud brood vinden. Ook was de oude en enige echte kokkin er niet om haar verder van dienst te zijn. Een beetje met de p*st erin ging zij schoorvoetend het dranklokaal van Café Helmers weer binnen.
   De vrouw die de twee warme sneetjes met ham en kaas bestelde stond nog steeds tegen Ton Lebbink aan te rijden als de eerste de beste loopse teef. De dichter liet zich de aandacht duidelijk en met graagte welgevallen. Nagekomen vakantie-emolument?
   Caroline liep, zonder een woord te zeggen, naar het eivolle terras en kwam daar het oude baasje in ketelpak tegen, die haar een tandeloze maar gemeende glimlacht schonk die op de erotische Schaal van Richter echter weinig punten scoorde en zei: ‘Mijn beste, gerimpelde vriend, je staat hier zonder drankje, zal ik je op kosten van de zaak eens trakteren?’
   Het oude baasje, die wel wist hoe hazen liepen en zich soms door koeien lieten vangen, knikte beduusd: ‘Ik zou graag een pilsje believen, Caroline, waarin ik trek heb. Vandaag heb ik hard gewerkt en ik heb, door alle warmte, al eerder op het punt gestaan een rechterpijpje open te trekken. Ik heb het niet gedaan. Drinken en werken, zo luidt mijn lemma, gaan slecht samen - daar komen ongelukken van.’
   ‘Ga maar zitten. Ik zal je pilsje tappen alsof het zeven sloten zijn. Groot als het ego van mijn ontrouwe dichter en met de gekochte liefde van een valse Xaviera Hollander voor je gemaakt.’

Het baasje ging zitten en Caroline liep naar binnen. Daar was het donker en koel als een daarvoor bestemde kast, maar dan met ramen en vensters waarvoor verschoten vitrage en dikke fluwelen gordijnen. Caroline tapte en schonk met een vuige grijns rond de lippen, negeerde Ton Lebbink straal en huppelde naar buiten. Onderweg geen drupje morsend.
   Ze zei tegen het oude baasje in ketelpak: ‘Je zinnenprikkelende lichaamsgeur maakt me heet. Ik verlang naar jou als een zelfmoordenaar naar een trein die volgens schema rijdt. Zullen we ons straks naakt verpozen in het dichtstbijzijnde betaalbare onderkomen?’
   ‘Doe voor mij geen moeite. Hou gerust je slipje aan. Ton is een gouwe gozer en mijn libido gedaald tot een niveau dat het Nationaal Bruto Product van Tuvalu wat aan de hoge kant vindt. Mijn tijd als seksbom is voorbij en bovendien is die dame waarmee Ton intiem is zijn eigen zuster.’

Caroline werd rood zonder zon. Tranen welden op. Het oude baasje met ketelpak viste uit de krochten van zijn eeuwige werktenue een duidelijk gebruikte boerenzakdoek op en presenteerde die, als was het koninklijk tafellinnen, aan de dienster overstuur en zei: ‘Maak je niet dik, dun is de mode. Droog je tranen en stel je netjes voor aan je aanstaande schoonzus. Meer hoef je niet te doen.’

Caroline naar binnen en de rest laat zich raden.

FIETSEN OP HET MITTELMEER

Builen vallen we meestal niet.
Risico nemen? Liever niet.
Niet kiezen. ‘Waarheen?’
Zeker. Van zon en bad. ‘Waarheen?’
‘Tsja, daar vraag je me wat.’
‘Lloret de Mar, Ibiza, Sitges, Fuji of Kanari?’
‘He, bah. Nee, je moet naar Ulster gaan ...
Het liefst in januari.’

Fietsen op het Mittelmeer.
De Lips. De Lips kruipt door het slot. Hangen en dan wurgen.
Globetrotters. Strandjutters.
Fietsen op het Mittelmeer. Van maaltijd naar maaltijd drijven.
Te huur van een donkerbruin toerist. Ogen die alles gezien hebben.
Suikerspinnen, kippenkontjes.
Het gehaktballenvolk, wit op de Jumbotrap.
Gidsen graven gretig naar gasten. Permanent.
Stuiverromantiek.
De ontstelde blik van de verkeersleider die een vlucht meeuwen in een Jumbo ziet verdwijnen.
Paardevijgse discodijen.
Karnemelksepapse villaflats.

Fietsen op het Mittelmeer. Van maaltijd naar maaltijd drijven.
Paella, zarzuella, castagnetten, haarkrulsetten.
De dikke stroom toeristendrollen is wat dunner dan laatst jaar
en van wit brood zaagt men planken.
Gelaarsde katten. Goude kalven
vliegen als een schaduw heen langs terrassen steen en been en klagen, klagen doen we niet.
Hoogstens met een levenslied of met een Spaanse zanger.

Fietsen op het Mittelmeer. Van maaltijd naar maaltijd drijven.
Globetrotters, strandjutters, pitspoezen, mannetjesputters.
Drie weken strand.
Drie uren charter. Vlucht uw boeken Rob en Ans. Trippel door het rulle strand met kleine Jules en Janneman naar de bruine botenman.
Er zit zand in de krullen van de droge rundlederen geldwisseltas.
Voor zijn kruis. Ogen die alles gezien hebben ...
Fietsen op het Mittelmeer. Regende het maar een keer ...

Ah! De Lips. Klak. De Lips sluipt door het slot. Wurgen en dan hangen.
Te huur voor een uur. Zoutarm eten peperduur.
Fietsen op het Mittelmeer. Van maaltijd naar maaltijd drijven.

Permanentjes, rasta dreads, suikerspinnen, kippenkontjes, pitspoezen, mannetjesputters, strandjutters, vluchtleiders, zeemeeuwen, jumbojets, hotelflats. 
Ogen die het wel gezien hebben.

Gelaarsde katten, Spaanse matten, kattenmeppers, putjesscheppers, strandstoelen, afkoelen … Oben ohne trilt een rietje tussen ijs en blokken het geparfumeerd ritme in de schaduw van een snelle visser.
Kale plekjes op de beslagen Cuba Libre achtergelaten door de nagellakse brokkelvingers van een Neckermannerinnetje.
Geheel verzorgd.
Globetrotters, modekleuren, modegeuren, pitspoezen, spitsboeven, mannetjesputters, strandjutters ...

Fietsen op het Mittelmeer. Van maaltijd naar maaltijd drijven.
Globetrotters, strandjutters, grutters. Grutters ...

Laat een reactie achter

Naam:
E-mailadres:
Reactie:
Reactie toevoegen

Meest gelezen: