‘Ik ben dus altijd - om het maar eerlijk te zeggen - een beetje bang geweest, op zee en voor de zee. Met reden, omdat het een paar keer ook anders had kunnen aflopen. Of, dat kan ik net zo goed zeggen, het is tot nu toe goed afgelopen júist omdat ik bang was, en voorzichtig, en omdat ik me geen illusies maakte. Misschien is een vleugje angst wel noodzakelijk om de zee op een waarachtige manier lief te kunnen hebben en is dat randje gevaar zelf een deel van de liefde’.