FLARDINGA - Bij een verhandeling over de geschiedschrijving van Vlaardingen is het goed te weten dat de archivalia van Vlaardingen niet verder teruggaan dan tot begin vijftiende eeuw. Om meer kennis op te doen moet men andere bronnen raadplegen. Archeologie wil meer informatie vergaren.
Zo zijn bijvoorbeeld een boomstamkano gevonden, een houten klepduiker en een grafkist, gemaakt uit hout van een Vikingschip. Diep onder de bebouwing van de huidige Hoogstraat zijn uit een ver verleden tal van scherven en vuursporen aangetroffen, maar die waren niet te koppelen aan permanente bewoning. Kennelijk waren die van riviervissers die in de zomer, wanneer de rivier minder water voerde, hier hun kampement opsloegen.
Archeologie en het archief van Vlaardingen opereerden niet steeds in elkaars verlengde, vooral omdat niet bekend was waar en wanneer Vlaardingen was ontstaan. Lokale historici namen daarom aan dat Vlaardingen oorspronkelijk een uitgestrekt stedelijk gebied is geweest, letterlijk een grote stad die al in de achtste eeuw bestond. En zo zijn alle archeologische vondsten en de summiere schriftelijke bronnen als een ketting aaneengeregen en is het beeld ontstaan van een bijna mythische stad Vlaardingen, die moeiteloos in verband is gebracht met het begin van het graafschap Holland.
Aan de vroegste geschiedenis van Vlaardingen zijn twee dissertaties gewijd. F.W.J. Landsman wijdde de zijne aan de rechtspositie van Vlaardingen in het verleden. In zijn dissertatie: Het ambacht van Vlaardingen (Leiden 1927), merkt hij op dat vanaf de eerste uitgifte, Vlaardingen zowel als Vlaardinger-Ambacht onder het ambacht van Vlaardingen begrepen zal zijn.
Met Oudheid van Vlaardingen wijdde J.A.J. Jousma een proefschrift (Leiden 1947) aan het onderwerp. Hij beschrijft de (geografische) ontwikkeling van de streek tot het jaar 1000 en bewijst Vlaardingen lippendienst door ruimte te laten voor het bestaan van een Willebrordkerkje. Dat neemt niet weg dat de studie in Vlaardingen kritisch werd ontvangen, met daarbij de kanttekening dat het onderwerp van zijn studie te breed was voor de kennis van die tijd.
En dan nog is er stadsarchivaris Sigal, die zijn medewerking heeft verleend aan het promotieonderzoek van Landsman. In 1954, kort nadat Sigal het ambt van stadsarchivaris had neergelegd, beschrijft hij de totstandkoming van het boek Handvesten en Octrooien van Vlaardingen (1775). Daaruit komt naar voren dat stadsadvocaat Van Nievelt alles in het werk heeft gesteld om te bewijzen dat er in het stadsbestuur van Vlaardingen nooit plaats is geweest voor een ambachtsheer. Het leidt tot twee rechtszaken, tot de hoogste rechter het stadsbestuur in 1791 in het ongelijk stelt.
Nadien is de geschiedschrijving er nauwelijks op vooruitgegaan. Een handjevol betrokken ambtenaren en oud-ambtenaren oordeelt wat wel en wat niet tot de vroegste geschieden van Vlaardingen wordt gerekend, welk beeld via de sociale media breed wordt uitgedragen. Nieuwe inzichten worden niet op waarde geschat, dan wel afgehouden en afgewezen als zijnde slechts een mening. Die starre houding heeft gemaakt dat de geschiedenis van Vlaardingen misschien te vroeg is vastgelegd in mozaïeksteentjes, wandtapijt en raadsbesluiten. Mogelijkheid is er buiten Vlaardingen meer bekend over haar vroegste geschiedenis, dan er binnen Vlaardingen is.
Wat is de positie van het gemeentebestuur in deze? Desgevraagd kreeg ik ten antwoord dat men de discussie overliet aan deskundigen en dat men hierin geen taak ziet voor de politiek. In mijn artikel ‘Verfraaid verleden’ (De Vlaardinger, 17-2 jl.), geef ik aan dat het omgekeerde waar is: het gemeentebestuur zit, via de verwrongen relatie van haar voorgangers met de opeenvolgende ambachtsheren, tot over haar oren in het beeld als is gecreëerd van de vroegste geschiedschrijving van Vlaardingen. En verwijzen naar deskundigheid, ach dat geldt al heel lang als een bestuurlijke dooddoener.
Onderzoek, tekst en fotografie
Arie de Klerk
Fotobijschriften
- geglazuurd stenen banken aan de Hoflaan
- boomstamkano in Museum Vlaardingen
