VLAARDINGEN - 'De afgelopen jaren heb ik studie gemaakt van de vroegste geschiedenis van Vlaardingen en die is vastgelegd in twee boeken (2018 en 2023). Een bijzonder interessante uitkomst van de studie is geweest dat Vlaardingen nooit stadsrecht heeft gekend. Die uitkomst paste vanzelfsprekend niet in de viering van 750 jaar stadsrecht in 2023. Na het nodige heen en weer geschrijf met het College lijkt nu sprake van verstarring van standpunten, wat Vlaardingen uiteindelijk niet ten goede zal komen,' aldus stadgenoot Arie de Klerk.
'Met de bijlage Verfraaid verleden en het Willebrordkerkje als achtergrondinformatie wil ik u graag informeren over het het vermeende stadsrecht van Vlaardingen. De discussie over de geschiedenis van Vlaardingen krijgt met de nieuwe burgemeester mogelijk een nieuwe dimensie, al maak ik me geen illusies. Mogelijk ook dat het de (nieuwe) gemeenteraad de kwestie in beweging brengt.
Daar komt bij dat Museum Vlaardingen een nieuwe directeur zoekt. Bij het beschikbaar stellen van verbouwingsgelden heeft de raad destijds als voorwaarde gesteld dat het ook de stadsgeschiedenis moet belichten. Daarmee rijst de vraag welke geschiedenis van de stad ten toon wordt gesteld? En dat is een heel andere dan de vogelvluchtperspectieven inclusief het befaamde Willebrordkerkje, die zoal de ronde doen.'
Of, zoals Lévi Weemoedt het zou kunnen verwoorden:
De historie van Vlaardingen als stad
Ligt danig op zijn gat
Verfraaid verleden
Het idee dat Vlaardingen veruit de oudste stad van Holland is, is niet onomstreden. Er zijn concrete aanwijzingen dat Vlaardingen als nederzetting eerst halverwege de dertiende eeuw is ontstaan. Arie de Klerk, schrijver van het boek: Vlaardingen, Ontstaan en opkomst (1250-1550), vat zijn bevindingen voor u samen.
Ik neem u mee naar het jaar 1006, wanneer de Duitse koning na een Vikinginval op Tiel de Westfriese graaf Dirk III opdracht geeft om nieuwe invallen via de Merwede zo mogelijk te voorkomen. Daartoe bouwt Dirk in de streek Vlaardingen een sterkte die hij, omdat de streek openligt naar de rivier, verhoogd aanlegt: Hoogstad.1
Veel later, na de aanleg van de Maasdijk (1253-1255), ontstaat een dijkdorp, de oude kern van het tegenwoordige Vlaardingen. Met de hele streek valt dat onder bestuur van de burggraaf van Vlaardingen die, nadat het gravenhuis de streek in 1186 had verlaten, als rechter/bestuurder was achtergebleven. In 1301 komt voor hem een ambachtsheer in de plaats. 2 In 1273 telt het dijkdorp circa 25 huizen. Extreme wateroverlast in Delfland noopt tot aanleg van een afwateringskanaal: de Vlaardingervaart. In 1273 maakt graaf Floris V daarover afspraken met de gezamenlijke bewoners van de streek Vlaardingen. In ruil voor het graafwerk krijgen die vrijstelling van diverse grafelijke heffingen. Kort daarna krijgen zij ook een eigen gerecht, met schout en schepenen dat zonder twijfel bedoeld is geweest om gravers te disciplineren. Met stadsrecht heeft dat niets te maken.
Met de groei van het dorp gaan de bestuurlijke verhoudingen knellen. In 1421 probeert bestuurlijk Vlaardingen aan te tonen dat het dorp sinds 1273 stadsrecht heeft. Daartoe worden alle intussen verkregen rechten op een rijtje gezet. 3 De exercitie is echter tevergeefs. In 1432 brengt de grafelijkheid met het aanstellen van een baljuw (een hogere rechter) bestuurlijk onderscheid aan tussen dorp en platteland.
We maken nu een grote stap naar begin 18e eeuw, wanneer het stadsbestuur aangeeft de vroedschap (raadsleden) te willen informeren over hun bestuurlijke verhoudingen met de ambachtsheer. Gemeentesecretaris De Vooght rangschikt daartoe alle officiële archiefstukken, wat bestuurlijk Vlaardingen op het idee brengt om de ambachtsheer voor eens en altijd uit het stadsbestuur te bannen. Aangezien de archiefstukken nauwelijks verder teruggaan dan tot begin 15e eeuw, beschrijft stadsadvocaat Van Nievelt de (voor)geschiedenis van de stad. Hij doet dat in meer verhalende vorm. Beide delen samen resulteren in het ‘Grote boek’, afgekort: Handvesten van Vlaardingen, dat door Burgemeesteren en Vroedschappen in 1775 wordt uitgegeven.
Het boek wil doen voorkomen dat Vlaardingen een vrije grafelijke stad is, net als Delft sinds 1246 en Schiedam sinds 1275. In zijn bijdrage noemt Van Nievelt Vlaardingen in 694 een volkrijke plaats en verbindt daaraan het bestaan van een zogenaamd Willebrordkerkje. Iets soortgelijks gebeurt met het jaar 889: in 889 is de stad met wallen of vesten omringt, het gewoon beginzel van Steden. De suggestie van stad en stadsrecht gaat voor die tijd veel te ver. In onze streken komt stadsrecht dan nog niet voor en daarenboven wordt de streek Vlaardingen pas in 985 eigendom van het Westfriese gravenhuis. Ook poneert Van Nievelt dat Vlaardingen in 1273 stadsrecht heeft gekregen. Gewapend met het ‘Grote boek’ spant het stadsbestuur een rechtszaak aan tegen de ambachtsheer. Maar helaas, zowel het gerechtshof (1766) als de Hoge Raad (1791) bevestigt de ambachtsheer in zijn positie van hoogste bestuurder. 4 In 1830 koopt Vlaardingen de ambachtsheerlijke rechten voor 100.000 (!) gulden af en wordt zo alsnog baas in eigen huis.
Waar het ‘Grote boek’ zijn doel dus heeft gemist, wordt de bijdrage van Van Nievelt nooit gerectificeerd. Sterker, boekhandelaren zien voordeel in het heruitgeven ervan, meest recent in 1986.
In 1958 staat Vlaardingen aan de vooravond van de sloop van de oude binnenstad en de bouw van nieuwe woonwijken. Toenmalig burgemeester Mr. J. Heusdens en stadsarchivaris Postma grijpen dat aan om de geschiedschrijving van Vlaardingen te institutionaliseren: archeologisch onderzoek moet de vroegste geschiedenis van Vlaardingen blootleggen, waartoe aansluiting wordt gezocht bij de in 1960 opgerichte Rotterdamse archeologische dienst (BOOR).5 Én, net als Van Nievelt eerder, huldigen zij het standpunt dat Vlaardingen in 1273 stadsrecht had gekregen. Sindsdien dragen de opeenvolgende stadsarchivarissen en gemeentearcheologen dat standpunt in woord en geschrift en met verve uit.
En zo is het gekomen dat de inwoners van Vlaardingen in 1973 en in 2023 ‘stadsrecht’ hebben gevierd.
Dat alles neemt niet weg dat de stad Vlaardingen, weliswaar jonger dan gedacht, nog altijd een respectabele ouderdom heeft. En dat de hele streek Vlaardingen in 1273 een rechtspersoon wordt waarmee graaf Floris V goed afspraken heeft kunnen maken.
(Arie de Klerk, Vlaardingen)
1 Zie mijn boeken: Vlaardingen in de Wording van het graafschap Holland 800-1250 (2018) en: Vlaardingen, Ontstaan en opkomst 1250-1550 (2023)
2 Ontstaan, 160 e.v.
3 Ontstaan, 248 e.v.
4 Oud-stadsarchivaris M.C. Sigal, in de: Nieuwe Vlaardingsche Courant, 23 december 1954; Vlaardingen in zyne opkomst en aanwas enz. (Reprint 1966), colofon.
5 C. Postma, Korte geschiedenis van Vlaardingen (1958), 5.
***
Een verdwaald Willebrordkerkje
Het bericht over het kerkje gaat terug op het jaar 727 (of 726). Er is dan sprake is van een kerk met toebehoren in het district Marsum waar de Maas uitstroomt in zee. Niets dus over Vlaardingen. De naam Vlaardingen duikt pas driehonderd jaar later voor het eerst op, ter aanduiding van de streek waar graaf Dirk III dan is neergestreken. Let wel, het betreft dan de naam van de streek; geen dorp Vlaardingen, want dat ontstaat pas halverwege de dertiende eeuw.
Terug naar het bericht uit 727. In die tijd ligt de latere streek Vlaardingen open naar de rivier, die met grote regelmaat rivier- en zeeklei tot diep in haar binnenland afzet. Alleen al de beweging van eb en vloed zal permanente bewoning goeddeels onmogelijk hebben gemaakt.
Dat raakt aan de randvoorwaarden voor het stichten van een kerk, want daarvoor was primair een geloofsgemeenschap nodig, zoals een dorp en een bewoond achterland. Bovendien was een kerkheer vereist: iemand die het initiatief nam tot het stichten van een kerk, het bouwen van een kerklokaal en het aanstellen van een kerkdienaar. Dat aan deze vestigingsvoorwaarden in 727 in het latere Vlaardingen is voldaan is zeer onaannemelijk.
Kijken we waar dat kerkje wel gestaan dan kan hebben, dan ligt achter Maasland meer voor de hand, meer in het bijzonder in het gebied dat tegenwoordig bekend staat als de Oude Campspolder. Daar lag indertijd het koningsgoed Maslant, waar een gouwgraaf het bewind voerde. Een dorp daar was Masamuda dat in 772 (of 776) wordt vermeld. Allicht dat met het koningsgoed ruimschoots voldaan werd aan de genoemde vestigingsvoorwaarden.
Met de naam van het koningsgoed keren we een laatste keer terug naar het bericht uit 727. Daarin is sprake van Maas. De naamovergang laat zich verklaren vanuit de loop van de oer-Maas, die via de tegenwoordige Bernisse, recht tegenover het koningsgoed uitmondde en zich daar mengde met het water van de Merwede. Vanaf dat punt stroomde het water als Maasmond uit naar zee.
Daar komt bij dat de rivier ter hoogte van Vlaardingen destijds Merwe heette: Merwede. Ten slotte, het bericht uit 727 spreekt ook van Marsum, afgeleid van marsen: met gras begroeid kleiig oevergebied en van een weide waar schapen grazen. En ook dat wijst naar de bodem van het koningsgoed Maslant als de waarschijnlijke plaats van het kerkje.
(Arie de Klerk, Vlaardingen)