Hoe alcohol een eigen spel speelt met des barmans hand

Ton Lebbink: Maria’s rondje dorp

Ton Lebbink: Maria’s rondje dorp

COMILLAS - Terwijl Ton Lebbink en Maria vanuit restaurant Quique noordwaarts de flauwe stadse heuvel opklauterden begon het zachtjes te regenen. Hierdoor begonnen de kleine, schots en scheef in de ondergrond gestoken keitjes, te glimmen als het gelaatsvel van een acnélijder, waarbij ze, geen enkele uitgezonderd, glad werden als ijs op een oudhollandse Friese laaglandbaan.

Het was goed dat beide geliefden hand-in-hand liepen als echte kameraden, anders was Maria onderuitgegaan met haar fraaie, maar voor het Comilliaanse wegdek totaal ongeschikte hooggehakte pumps met stalen stiletto. Fraaie voet-verfraaiende kreeftrode schoenen die beter pasten als spies tijdens een Barbie-Q waarbij deze kostbare seksloze kinderspeelpop op het rooster zwartgeblakerd werd. ‘Ook dat Ken lekker wezen,’ neuriede Maria, goedgemutst. Zij vertoonde soms angstaanjagende paranormale trekjes. Ton Lebbink werd daar weleens bang van. Zeker als ze in het Nederlands waren.

Ze passeerden Chinin Pub. Met een half meter hoge entree niet direct de tent waar je als oudere of ouderling een vertering bestellen zou. Binnen klonk muziek op basis van Spaanse klanken. Zeurende doedelzak, hier Gaita genoemd, een instrument waarvan je na enige tijd, als van goede drugs of lekkere drank van enig manlijk percentage, in een roes zou geraken waarvan de vraag was of je hier ooit nog uit kwam. En zo ja, in welke staat?

Iets verder en 100% buurman een discotheek met terras waarop wat struweel en bankjes met tafels onder een afdak. Een zwaartekracht trotserend balkon dat beter tijden had gekend. Ook hier een niet al te makkelijke entree. De drempel, waarvan je je afvroeg of die echt klantvriendelijk was, zo’n dertig centimeter hoog. Wat was dat toch in dat Comillas en klantvriendelijkheid en juist het gebrek daaraan? Na het slaan van twee rotshaken konden ze van de nog altijd schuine straat af de muziektent in. B&J stond er in neon boven de dubbele deur.
   ‘Dat is omgekeerde whisky,’ zei Maria, die haar klassiekers kende.
   ‘Als je glas maar niet direct weer leeg loopt,’ reageerde des dichters stem. Hiertoe door de dichter zelve aangespoord.

Binnen, achter de U-vormige bar, een man met zwart haar, een forse knevel en een glimlach die toegankelijker aandeed dan de alpinistische entree. Ton bestelde rum-cola en Maria de Engelstalige versie van haar bloedige maandstonden. De besnorde stelde zich voor. Zei dat hij Kino heette en niet van film hield. Dat laatste was een grapje, zoals hij er vele in zijn repertoire als barman en -duiveltje had opgenomen. Het waren de Duitsers waar hij minder mee had. Toch droeg hij de bijnaam met gepaste trots. Ter linkerzijde stond een blond-achtig meisje met uitgroei die Belca heette. De muziek werd gedraaid door haar broertje Joaquin. Aan het gezicht kon je duidelijk zien wie de vader was ondanks het niet hebben van een snor en evenzo blond haar als zijn zus. Maar dan zonder uitgroei.

Maria en Kino kenden elkaar van eerdere keren. Tweemaal al had Kino in haar sportcafé na afloop van een voetbalwedstrijd, hij speelde in CD Comillas I (het enige team buiten een jeugdelftal), een gezellige derde helft beleefd. Een aantal keer had Maria haar goddelijk lange stelten in dit dorp laten paraderen op een dag dat zij haar vrijheid kon vieren.

Ton Lebbink ging naar het toilet. Deed een plas en kwam terug. Nauwelijks drie minuten later zat hij weer op het nog altijd lauw aanvoelende barkrukkenskai. Hij nam een slok rum-cola en trok een gezicht: daar zat beduidend meer rum in dan voorheen. Maria lachte en knikte naar de nu met een andere klant bezig zijnde Kino.
   ‘Vindt hij leuk,’ zei ze. ‘Kino is echt een gifmenger die er plezier in schept mensen dronken te voeren. Als je nog eens naar toilet moet drink je beter eerst je glas tot op de bodem leeg.’
   Ton Lebbink grijnsde. Dat varkentje zou hij weleens wassen. Hij had gedurende deze vakantie heel wat alcohol gerelateerde conditie opgebouwd. Wat hem betrof was een emmer Aguardiente of Orujo nog niet genoeg om hem van zijn stuk te doen geraken. Van Strohrum was hij niet geheel zeker omdat hij op zijn reizen Oostenrijk links zowel als rechts had laten liggen voor zover hij zich kon herinneren.
   De avond, al redelijk gevorderd waardoor zaterdag bijna zondag was, zou het hem en vele anderen uren later leren.

MEIN FRÄULEIN

Mijn Frankfurter
Mijn Hamburger
Mijn Schnitzel überhaupt
Mijn Bratwurst sowieso
Mijn Dirndl
Hals und Beinbruch
Mijn Heimweh
Mijn reisje langs de Rijn

Mijn soixant neuf
Mijn cul de sac
Mijn enfant terrible
Mijn bon vivant
Mijn prima donna
Mijn au bain-marie
Mijn rien ne va plus

Mijn Schwarzwälder Kirschtorte
Mijn Tutti Frutti
Mijn Edelweiss
Mijn Fräulein

Gedicht
Ton Lebbink

Tekst
Peter Joore

Fotografie
Beaty Czetö

20-03-2024