Historische beschouwing door Arie de Klerk

Jubileum: 750 jaar Vlaardingervaart

Jubileum: 750 jaar Vlaardingervaart

Flardinga - Dit jaar bestaat de Vlaardingervaart precies 750 jaar. Belangrijk voor Vlaardingen, want de aanleg ervan maakt de Vlaardingers tot rechtspersoon. Wat ging daaraan vooraf?

Vanaf najaar 1272 tot voorjaar 1273 had het nagenoeg voortdurend geregend. Vrijwel heel Delfland stond blank. Het vee kon niet de wei in, moest op stal blijven en vrat het laatste restje hooi op. De problemen waren voor een belangrijk deel terug te voeren op de aanleg van de Maasdijk (1253-1255). Die dijk mocht dan het water buitenhouden, tegelijk belemmerde die nu dat water weg kon stromen. De twee uitwateringssluizen bij Hutgenshoek konden de afvoer niet aan, ook al omdat de aanleghoogte daarvan te laag was, afgemeten aan de stand van het waterpeil van de Merwede.

En zo ontstaat het idee om de afwatering van heel Delfland te verbeteren door een afvoerkanaal te graven, de ons bekende Vlaardingervaart. Dirk II van Wassenaar, burggraaf van Vlaardingen wordt benoemd tot baljuw-dijkgraaf en zal het beheer van het afwateringsstelsel over de betrokken ambachten omslaan. Het stelsel liep door tot aan de Zweth, maar ik beperk mij hier tot het Vlaardings grondgebied. De Vaart zal worden aangelegd door de gezamenlijke Vlaardingers, zowel zij die wonen in de nederzetting als de plattelandsbevolking. De coördinatie van de werkzaamheden wordt in handen gelegd van Gerard van der Wateringhe, ambachtsheer van Wateringen en Honderdland. Tegenover hun inspanningen stelt de graaf de Vlaardingers vrij van betaling van drie grafelijke heffingen: schot, hofstedehuur en lantwinninghe. Schot was een jaarlijkse last die rustte op de hoeve (= grond), hofstedehuur, ook wel hofpenning genoemd, was een grafelijke heffing ter erkenning van het grafelijk gezag en lantwinninghe moest worden betaald ingeval de hoeve overging op een ander, doorgaans de oudste zoon. Op 14 mei 1273 wordt in de kerk van Vlaardingen kond gedaan van de afspraak.

260511 Vlaardingervaart 1911 Arie de KlerkKort na de start van het graafwerk moet zich een incident hebben voorgedaan. Een of meer gravers lijken het bijltje er bij te hebben willen neergooien om prioriteit te kunnen geven aan het werk op hun boerderij. Daarmee dreigt het hele project in gevaar te komen. Vermoedelijk op advies van coördinator Gerard van der Wateringhe, oordeelt de graaf dat de Vlaardingers dat onderling zullen moeten oplossen. En zo stelt hij een gerecht in, waarvan de Vlaardingers zelf de schout en de (land)schepenen telkens mogen benoemen. Dat gerecht mag een boete opleggen van 18 pond: waarvan 10 pond voor de graaf en voor de schout en de zeven schepenen elk een pond.

De graaf komt de gravers wel tegemoet met een ruimhartige verlofregeling die het hen makkelijker maakt om het graafwerk aan de Vaart met het werk op de boerderij te combineren.

Het tracé van de Lichtvoetsvaart, zoals de Vaart de eerste eeuw van haar bestaan wordt genoemd, loopt vanaf het begin van de Lichtvoetswetering, op de grens met Schipluiden tot aan de benedenstroom van de Vlaarding, waar een sluizencomplex zal worden gebouwd.

Bij de aanleg benut men de kavelsloten die niet zo lang daarvoor waren gegraven. Het verklaart het bochtige karakter van met name de bovenloop van de Vaart. Naarmate men dichter bij het beoogde sluizencomplex komt, lukt het niet langer om gebruik te blijven maken van dergelijke sloten en ontkomt men er niet aan om dwars door de klei van het Vlaardingendek een vrij recht kanaal te graven. Al vrij snel zal de bouw van de sluizen uit de pas zijn gaan lopen met het graafwerk. Daarom zal de Vaart in eerste instantie om het sluizencomplex zijn heengeleid, door de Maasdijk tijdelijk te doorgraven. Vermoedelijk is dat de reden waarom dit deel van de latere Hoogstraat lange tijd het ‘Swarte Velt’ is genoemd. Zoals gebruikelijk neemt de graaf de kosten van de bouw van de sluizen voor zijn rekening.

Het hele project wordt op 8 februari 1276 opgeleverd. Daarbij brengt de graaf dank uit (‘gracioso’) aan Gerard van der Wateringhe voor zijn inspanningen en beloont hem met de visserijrechten voor de sluizen bij Vlaardingen en die bij Hutgenshoek, gelegen op de grens met Maasland. Of zoals de graaf het verwoordt: ‘toto officio de Vlardinghe’: nederzetting en omringend platteland gezamenlijk.

Ttekst en verantwoording foto en illustratie
Arie de Klerk

11-05-2026