Historische bijdrage Arie de Klerk

Hoogstat, grafelijke residentie Vlaardingen

FLARDINGA - De eerst gekende bewoner van de streek Vlaardingen was graaf Dirk III. Hij werd geboren in 981 als zoon van Liutgarde van Luxemburg en Arnulf van Gent (†993). Hij en zijn jongere broer Sigfried, zullen zijn geboren in Rijnsburg, historische grond omdat daar in 839 de wieg had gestaan van het West-Friese gravenhuis.

Hoogstat, grafelijke residentie Vlaardingen

De eerste jaren treedt zijn moeder op als regentes. In 1005 stelt de Duitse koning Hendrik II, een oom van moederkant, hem aan als graaf. Vrijwel zeker was de aanleiding daarvoor het overlijden (of anders een langdurige uitschakeling) van hertog Otto II van Neder-Lotharingen, waar West-Frisia deel van uitmaakte.

In 1006 doet een Vikingvloot een inval op Tiel. Om te waken tegen nieuwe invallen via de Merwede schakelt de koning de hulp in van graaf Dirk III. Daarop bouwt Dirk zich in de streek Vlaardingen een sterkte: Hoogstat, met aan de overkant van de rivier een steunpunt in de vorm het latere kerkdorp ’s-Gravenambacht. Daarmee laat de rivier zich van twee kanten overzien.

Zowel de bekostiging van de bouw als de exploitatie van Hoogstat is vrijwel zeker betaald uit de opbrengsten van het door de koning aan Dirk III in eigendom geschonken eiland Schouwen.

Voor de sterkte wordt een solide ondergrond gekozen, waar ook in vroeger eeuwen was gewoond en die nu geschikt is omdat die op gelijke afstand ligt van de Merwedeoever en de Baai van Vlaardingen. Om overstroming te voorkomen wordt de sterkte ook nog eens verhoogd aangelegd en wordt de weidegrond erachter bekaad. In 1018 wordt die bekading aangeduid met fossis. Deze kades laten zich nog aflezen in het tracé: Groeneweg, Markgraaflaan, Broekweg. De weidegrond zal zijn aangewend voor het weiden van paarden, waarvan Hoogstat er tientallen zal hebben geteld. Haver voor de paarden wordt als herendienst geleverd vanuit de Hof van Pijnacker. Gelet op latere hoogtematen zal de bekading 6 voet, zo’n 1.80 m. hoog zijn geweest. Het totale complex wordt aangeduid met Hoogstat, een naam die voor het eerst in 1282 wordt vermeld. Uiteindelijk groeit de sterkte uit tot een complex van 70 x 115 meter, met houten) bebouwing die onderdak zal hebben geboden aan het grafelijk gezin, het huispersoneel en de administratie ondersteuning. Daarnaast waren er stallen, opslagplaatsen, schuren en werkplaatsen van ambachtslieden. Uiteindelijk zullen op Hoogstat vele tientallen personen werkzaam zijn geweest. Dit wijkt af van het beeld waarbij men het gravenhuis een rondreizend bestaan toedichtte, vooral vanwege het spreken van recht in de regio. Dat doet echter te kort aan de essentie van een uitvalsbasis. Denk daarbij aan de verzorging van oudere familieleden, zieken en aan een adequate keuken en keukenpersoneel. En ook aan een plaats waar kinderen werden geboren en konden opgroeien.

Over het dagelijks leven op Hoogstat is vrijwel niets bekend, behalve dat men de doden begroef in de oeverwal, op de hoek Merwede / Baai van Vlaardingen. Dergelijk gebrek aan informatie zien we ook bij grafelijke ontginningscentra, zoals die van Pijnacker en Delf. Overigens beschikte het gravenhuis over meerdere mansis, hoeven met een horige als bewindvoerder, waar een grafelijk reisgezelschap veilig kon overnachten.

In 1078 bezoekt een delegatie van graaf Dirk V het in de Duitse Harz gelegen Goslar, de koninklijke hoofdstad van Saksen. De delegatie wordt aangeduid met Fladirtingi: Vlaardingers. Namens graaf Dirk V zegt die steun toe aan de daar verzamelde oppositie tegen de Duitse koning Hendrik IV.

Naar aangenomen mag worden was er vanuit Hoogstat volop interactie met de lokale bevolking, bijvoorbeeld waar het ging om de levering van voedingsmiddelen, als vis en vlees, granen, zuivel, vlechtwerktenen, riet voor het dekken van daken en turf voor de huisbrand. Daarnaast zullen ook diensten zijn geleverd. Omdat toen nog geen sprake was van een geldeconomie zal de ruilhandel hebben overheerst. Op Hoogstat waren gespecialiseerde ambachtslieden aanwezig, als die van een hoefsmid. De meeste landbouwproducten zullen afkomstig zijn geweest uit wat we tegenwoordig kennen als de Broekpolder, onmiskenbaar de oudste cultuurgrond van Vlaardingen.

Fotobijschrift
In het midden het terrein Hoogstat, Gesloopt en inmiddels De hoge Werff genoemd, in 1576. (Collectie Gemeentearchief Delft/CSV)

Tekst | Onderzoek
Arie de Klerk

07-04-2026