FLARDINGA - 'Bij mijn weten waren er in Holland drie jaarmarkten: Valkenburg, Voorschoten en Vlaardingen. De vraag is vanaf wanneer die van Vlaardingen dateert. Een mogelijke aanwijzing voor het bestaan ervan is dat men in 1213 vanuit Antwerpen voer ad nundinas Hollandicas [= de Hollandse jaarmarkten] ‘en kwam er geladen van weer’. Mogelijk zijn de festiviteiten in dat jaar extra aangezet omdat toen een belangrijk leen aan Holland was teruggekomen. Alle jaarmarkten waren vanuit Antwerpen per schip goed bereikbaar. Zo bezien kán in dat jaar dus sprake zijn geweest van een jaarmarkt in Vlaardingen, aangenomen dat het om de zomermarkt ging,' aldus historicus Arie de Klerk.
En vervolgt met: 'Mogelijk is de jaarmarkt ingesteld door graaf Floris III, rond de tijd dat de grafelijke residentie naar Leiden werd verplaatst. Vermoedelijk omdat hij zich bewust was van het effect die de verplaatsing voor de bewoners van de streek zou meebrengen. Hij laat immers ook het kerkgebouw in bruikbare staat achter.
Maar genoeg getheoretiseer. In 1246 kent Vlaardingen een zomerjaarmarkt en in 1276 ook een winterjaarmarkt. Omdat in 1246 nog geen sprake is van een nederzetting Vlaardingen, is de jaarmarkt gekoppeld geweest aan Hoogstat, de grafelijke residentie. Een jaarmarkt was een soort kermis en gold als hoogtepunt van het jaar. In de zomer werd de jaarmarkt gehouden rond 4 juli: de heiligendag Translatio Martini XII en de winterjaarmarkt rond Sint-Maarten: 11 november. Dat de winterjaarmarkt later wordt vermeld, zal samenhangen met de aanleg van de Maasdijk (1253-1255). Want toen pas zal men op het terrein van de jaarmarkt op droge voeten hebben kunnen rekenen.
Het jaarmarktterrein lag vanaf de zuidelijke hoek van de huidige Vondelstraat / Markgraaflaan, Daarmee lag het binnen de bekading van het weidegebied dat de paarden van Hoogstat moest vrijwaren van overstroming met zout water, vooral in het natte seizoen wanneer de rivier gezwollen was. Ook lag het terrein op steenworp afstand van Hoogstat, zodat de burggraaf vanuit Hoogstat een oogje in het zeil kon houden en zo nodig ingrijpen. Dat was soms nodig, want de drank kon er rijkelijk vloeien en dan was een knokpartij nooit ver weg. Het terrein werd sinds 1260 ook gebruikt voor de paardenmarkt. Het huis Wassenaar bezat daarvan de rechten. Hetzelfde huis hield ook de rechten van de jaarmarkt en zo zal burggraaf Dirk II van Wassenaar de marktgelden hebben laten innen zoals die golden voor het opzetten van een kraam.
Met de sloop van Hoogstat aanstaande (rond 1260), verhuist de burggraaf naar een nieuw onderkomen, pal naast het terrein van de jaarmarkt.
In 1407 krijgt Vlaardingen opnieuw een stadsvrijheid bemeten. Ook nu ligt er geen relatie met stadsrecht, al noemt Vlaardingen zich vanaf nu een stad en probeert het lokale bestuur alsnog een stadsrechtoorkonde te reconstrueren. Tevergeefs.
De maat van de stadsvrijheid wordt afgemaakt op 100 gaarden (een kleine 400 meter) zowel oostelijk als westelijk uit de Maasdijk/Hoogstraat gemeten. En 10 roeden noordelijk van de molen. De precieze invulling gaat in overleg tussen het stadsbestuur en de ambachtsheer. Daarbij valt op dat het terrein van de jaarmarkt binnen de stadsvrijheid wordt getrokken. Zo krijgt het bestuur er de verantwoordelijkheid voor de openbare orde en ontvangt daartegenover de inkomsten uit boetes. Aan de stadsvrijheid hangt wel een prijskaartje: omgerekend 50 pond per jaar. Van de stadsvrijheid zoals we die in 1316 hebben leren kennen, wordt in 1407 niets meer vernomen.
Tekst
Arie de Klerk
Fotobijschrift
Boven: 10 roeden ten noorden van de molen: het tolhek bij begraafplaats Emaus (CSV, T-152/003)
Onder: feestterrein, naast de woning van de burggraaf, ondergrond 1890
