Stadshistorie door Arie de Klerk

Het ontstaan van de nederzetting Vlaardingen

Flardinga - Vlaardingen hebben we tot hier leren kennen als streek, met sinds 1006 de sterkte Hoogstat. Het dorp dateert van 250 jaar later en heeft haar ontstaan vooral te danken aan de aanleg van de Maasdijk. Dat was een verzwaring van de later zo genoemde Oude Dijk, een kade van ongeveer twee meter hoog waarvan de aanleg dateerde van rond 1167. Anders dan de Oude Dijk was de Maasdijk een heuse waterkering, waarin bruikbare delen van de Oude Dijk werden ingepast. De Maasdijk beveiligde Delfland en daarmee ook de streek Vlaardingen, tegen overstroming vanuit de rivier.

Het ontstaan van de nederzetting Vlaardingen

Toch was er al voor de aanleg van de Maasdijk sprake van de bouw van huizen. Als gezegd werd sinds 1156 gewerkt aan de bouw van de grafkerk voor graaf Dirk VI. Bij archeologisch onderzoek zijn aan het begin van de Maassluissedijk enkele woonterpen aangetroffen. Daarop hebben vrijwel zeker bouwvakkers gewoond die bij de bouw van de kerk betrokken waren. Ook het deel Hoogstraat tot aan de Brede Havenstraat blijkt successievelijk opgehoogd voor bewoning.

In 1248 woedt een zware storm, die wellicht ook schade heeft aangericht aan de gebouwen van Hoogstat. De storm is aanleiding voor de aanleg de Maasdijk (1253-1255), een heuse dijk van zes meter hoog. De kruin van die dijk ligt daardoor bij Vlaardingen twee meter boven het niveau van de kerkvloer. Het is aannemelijk dat de dijk ter plaatse om de kerk is heen gelegd, waarmee die in feite is ingedijkt.

Bij de aanleg van de Maasdijk worden de bestaande terpen aan weerszijden van de kerk ingepast, net als de kerkterp zelf. De Maasdijk vormt de aanzet voor de bouw van meer huizen. En zo ontstaat een dijkdorp, met in 1273 circa 25 huizen. De bouw van huizen op de Maasdijk zal toestemming hebben vereist van de graaf, want zonder die was het ook toen al niet toegestaan om in de dijk te graven. Het dijkdorp wordt in de volksmond Vlaardingen genoemd. In de grafelijkheidsrekeningen staat het echter een eeuw lang te boek als Quadepoort. Dat was niet denigrerend bedoeld, maar het brengt tot uitdrukking dat de grafelijkheid er, na de verlening van de vrijstellingen vanwege de aanleg van de Vlaardingervaart (1273-1276), nog weinig inkomsten genoot.

Over de bewoners op het eerste deel van de Hoogstraat is er weinig met zekerheid te zeggen. Mogelijk dat zich daaronder nakomelingen hebben bevonden van de bouwvakkers van het eerste uur. Bewoners zullen hun brood hebben verdiend in de landbouw, de visserij en mogelijk in de handelsvaart, een uitvloeisel van productieoverschotten in de landbouw.

Zoals eerder gezegd was het oude Hoogstat rond 1260 gesloopt en hebben ook de ambachtslieden die daar toen nog woonden een vervangend onderkomen hebben moeten zoeken. Allicht zal een aantal van hen zich hoog en droog op de Maasdijk hebben gevestigd en dan bij voorkeur op het deel tussen de Brede Havenstraat en een steeg ter hoogte van het tegenwoordige Liesveldviaduct. Die steeg: de Joris den Dorstensteeg, later Blokmakersteeg, heeft heel lang de grens gevormd tot waar de grafelijkheid het wegdek begaanbaar hield. Dat maakte het wonen aan dat deel van de Hoogstraat aantrekkelijk, ook om met schone schoenen ter kerke te gaan.

En zo tekenen zich de contouren af van een dijkdorp Vlaardingen: met nazaten van bouwvakkers, mogelijk een vrachtschipper, riviervissers en ambachtslieden, kortom mensen die van aanpakken wisten.

Bijschrift illustratie
De oudste plattegrond van Vlaardingen, rond 1560. Daarop laat zich het ontstaan van het dijkdorp nog aflezen.

Onderzoek en tekst
Arie de Klerk

28-04-2026