Historische bijdrage Arie de Klerk

Een grafkerk voor graaf Dirk VI

VLAARDINGEN - In een eerdere bijdrage over de Grote Kerk van Vlaardingen heb ik aangegeven dat bij overlijden van graaf Dirk VI, in 1157, zijn grafkerk bij lange na niet af was en dat hij vanwege zijn excommunicatie ook niet kon worden begraven in de abdijkerk van Egmond, de kerk waarin zijn voorvaderen waren begraven. Noodgedwongen was zijn lichaam daarom bovengronds bijgezet in de abdijkerk van Egmond. Maar daar is het niet of niet meer (1). Of anders gezegd: waar zijn de stoffelijke resten van graaf Dirk VI? Misschien wel in de Grote Kerk van Vlaardingen.

Een grafkerk voor graaf Dirk VI

Voor een uitwerking van die gedachte gaan we nader in op de uitkomsten van een groot opgravingsonderzoek binnen die kerk, uitgevoerd in 1967. Daarbij werd rechts binnen het koor van de kerk waarmee graaf Dirk VI in 1156 was gestart, een roodstenen sarcofaag aangetroffen. De afdekplaat ervan lag direct onder de originele kerkvloer. De stoffelijke resten konden toegeschreven worden aan een voornaam persoon van het mannelijk geslacht. Delen van het skelet bleken vergaan en het was daardoor niet mogelijk de identiteit vast te stellen. De Rotterdamse gemeentearcheoloog C. Hoek opperde dat de stoffelijke resten toebehoorden aan Thidbald, de kapelaan van graaf Dirk VI. De sarcofaag werd veiliggesteld en de skeletdelen werden, in afwachting van meer verfijnde onderzoeksmethoden, in de bodem teruggeplaatst.

Dat kapelaan Thidbald in de sarcofaag lag is verwaarloosbaar klein: niets wijst daarop. Ook was het stoffelijk overschot niet van een priester. De qua afmeting kleine grafgiften: een miskelk en een pateen of hostieschotel, kunnen die indruk makkelijk wekken, maar een priester zou in dat geval niet met het hoofd naar het westen zijn begraven, maar naar het oosten (2). Maar laten we eens kijken naar een heel ander scenario.

In 1157 zal het ontzielde lichaam van graaf Dirk VI, gewikkeld in doeken of anderszins, van Vlaardingen naar Egmond zijn overgebracht en daar in een (voorhanden zijnde, gebruikte) sarcofaag zijn gelegd, waarbij de twee genoemde grafgiften zijn bijgeplaatst. Beide giften bleken te bestaan uit een legering van tin en lood. Vervolgens is de sarcofaag gesloten en het geheel bovengronds neergezet. In de bodem van de sarcofaag zit geen gat voor de afvoer van het lijkvocht. De abt zal een dergelijke uitstroomopening niet hebben geaccepteerd, vanwege verontreiniging van de gewijde grond in de abdijkerk. Het lijkvocht zal de conservering van het stoffelijk overschot overigens niet ten goede zijn gekomen, net zoals ook de grafgiften zijn aangetast.

Zoon en opvolger van graaf Dirk VI: graaf Floris III, die tegelijk met zijn vader was geëxcommuniceerd, heeft ongetwijfeld weet gehad van de wens van zijn vader om in de kerk van Vlaardingen te worden begraven. Zo gauw het koor gereed is, mogelijk dertig jaar na diens overlijden, zal hij de stoffelijke resten van zijn vader daar een eervolle herbegrafenis hebben gegeven. Als onderdeel van de plechtigheid zal bisschop Boudewijn van Utrecht (1178-1198), eveneens een zoon van Dirk VI, het koor hebben gewijd. De herbegrafenis zal daarmee op z’n vroegst in 1178 hebben plaatsgevonden, mogelijk rond 1186, wanneer de grafelijke residentie van Vlaardingen naar Leiden wordt overgebracht. Ten laatste is het gebeurd in 1189, wanneer Floris III zich opmaakt om op kruistocht te gaan, waarvan hij niet terugkeert (†1190).

Dat de sarcofaag rechts in het koor is aangetroffen is veelzeggend. Een stichter van een kerk had het recht om in het koor te zitten op een zetel rechts van het altaar en het recht om voor het (hoog)altaar te worden begraven (3). In Vlaardingen lijkt de afweging gemaakt de sarcofaag rechts in het koor te begraven, als de meest eervolle plaats voor de stichter van de kerk: graaf Dirk VI.

Voetnoten
(1) Cordfunke, De abdij van Egmond (2010), 120 (geen graf, wel begrafenisaantekeningen); Dijkstra, Een stamboom in been (1991), 48, 79; Cordfunke, Gravinnen (1987), 67, 119
(2) Situering aangegeven in Jaarboek HVV 2014 (Piet Heinsbroek), 11, 52; Kornaat, De Grote Kerk te Vlaardingen, (2005), Ter Brugge, 30; Numan, Noord-Hollandse Kerken en kapellen (2005), 50, 52; Den Hartog, De oudste kerken van Holland, (2002), 170-171, 175
(3) Den Hartog, 175; Numan, 19

Tekst en fotografie
Arie de Klerk

28-03-2026