FLARDINGA - De naam Waalstraat zou zijn ontleend aan een waal ter plaatse. Een waal, of wiel ontstaat bij een dijkdoorbraak, waarbij de golven een diep gat slaan in de gronden achter de dijk. De dijk wordt hersteld, maar de waal blijft. Dat er ter plaatse van de Waalstraat ooit een waal is geweest, is echter vrijwel uitgesloten.
Eerst was sprake van een oeverwal tot twee meter hoog. Daar komt met de aanleg van de Oude Dijk in 1167 nog eens twee meter, waarmee een dijklichaam van 4 meter ontstaat. Bij een dergelijk hoogte laat een overstroming geen waal achter. Halverwege de dertiende eeuw wordt de Maasdijk aangelegd, maar die is nooit doorgebroken. De bewering als zou de Maassluissedijk landinwaarts zijn teruggelegd is daarmee niet aan de orde.
Kortom er moet een andere naamverklaring zijn. En die is er. Die voert terug naar 1156, toen graaf Dirk VI met de bouw van zijn grafkerk aanving met het opwerpen van een kerkterp, bovenop de oeverwal. De terp moest de kerk beschermen tegen overstroming. De daarvoor benodigde aarde zal zijn afgegraven ter hoogte van de latere Waalstraat, gelegen kort achter de oeverwal. De aarde, met klei en zand gold als prima ophogingmateriaal en bovendien lag de winplaats vlakbij de terp-in-aanleg. En zo is een gat in de grond ontstaan dat daar drie eeuwen heeft gelegen.
We maken nu een grote sprong in de tijd. Vanaf 1440 maakt Vlaardingen een spectaculaire groei door. Die groei laat zich toeschrijven aan de haven, die op kosten van Delfland wordt uitgediept en met behulp van een spuidam op diepte wordt gehouden. Daardoor wordt deze toegankelijk voor de dieperstekende haringbuizen en dat trekt ook Schiedamse schippers. Voor hen is Vlaardingen ineens aantrekkelijk, want in de thuishaven moesten ze bijdragen aan het op diepte houden ervan. Om de toestroom uit Schiedam te huisvesten verrijst zuidelijk van de kerk het zogenaamde schipperswijkje, met onder meer de Rijkestraat. In de winter van 1466/67 telt dat 32 huizen, of eigenlijk telde, want dan gaat het wijkje in vlammen op.
Het drukker worden van de Vlaardingse haven is een impuls voor het lokale uitgaansleven, met de oudste taveernes aan de Markt en in de Smalle Havenstraat. De stad profiteert ervan door in 1448 accijns op bier in te voeren Daarbij blijkt het stadsbestuur op de hoogte van alle trucs om aan betaling te ontkomen. Het resulteert in een keur ter zake: Item wat byer die schipluyden ut haren schepen ant lant halen off doen halen mit vaten off mit halve vaten dat sy ant lant drincken, off dat hair gesellen drincken zonder argelist [= zonder opzet] daer sellen sy excys [= accijns] offgeven, ende worden sy bevonden dat zy des hulsteren [= eng. hustle: oplichten] soo verbeurden sy drie oude schilden.
Terug naar de Waal. In 1446/1447 wordt vanaf de Vlaardingervaart de Biersloot gegraven, met een brug daarover ter hoogte van de tegenwoordige Afrol en de Groen van Prinstererstraat. Getuige de naam Biersloot zal daarlangs schoon water, graan en turf zijn aangevoerd voor de bierbereiding. De bewuste bierbrouwerij staat op de kop van de Waal, tussen de Pepersteeg en het deel van de Waalstraat dat oploopt naar de Markt. Bierbrouwerijen winnen vanaf begin vijftiende eeuw aan belang, waar tot die tijd het thuis brouwen van bier vrij algemeen was. In 1576 staat op tekening een installatie aangegeven, waarmee de zware vaten uit de boten werden getakeld. In 1869 wordt de Waal gedempt.
Een bierbrouwerij zo dicht bij Café de Waal; daar nemen we er nog een op.
Fotobijschriften
Boven: Sfeerbeeld Schipperswijkje, opname Archeologisch erf Masamuda
Midden: Links de Biersloot, haaks daarop de Waal en op de kop daarvan de takelinstallatie. Detail afb. uit 1576
Onder: Het schipperswijkje zuidelijk van de kerk (2), detail kaartafb. 1632
Tekst
Arie de Klerk
