VLAARDINGEN - Vlaardinger-ambacht maakte van oorsprong deel uit van Masaland, een gebied dat zich uitstrekte van de Lierwatering in het westen tot aan de Hollandse IJssel in het oosten. De Lierwatering maakte ook deel uit van de grens tussen Masaland en circa horas Reni, het kustgebied dat zich uitstrekte van de Maasmond tot aan de Oude Rijn, bij Leiden. Vanaf 839, het begin van het West-Friese gravenhuis, maakte circa horas Reni deel uit van de leengoederen van dat huis.
In 944 valt circa horas Reni terug aan de Duitse koning. Die beleent er de bisschop van Utrecht mee. Met een belening gaf de koning aan de betreffende leenman het bestuur van een deel van zijn bezit in handen. In 985 maakt de koning Masaland naar het West-Friese gravenhuis allodiaal, waarmee graaf Dirk II het eigendomsrecht van de streek krijgt. Vanaf dat moment is er behoefte aan een formele grens tussen Masaland en circa horas Reni, opdat duidelijk was wie waar de baas was en aan wie bijvoorbeeld de opbrengst van een opgelegde boete toekwam. De grens wordt gevormd door de lijn: Lierwatering, Lichtvoetswatering, (daarin uitmondend) Slinksloot, Manthetes Suethen (tegenwoordig Mantjeskade), dan een deel Matlinge (opgegaan in de Delftsche Schie) en tenslotte d’ Oude Lee, die het water afvoerde uit de venen op de grens met het latere Rijnland.
Als gezegd wordt Masaland in 985 eigendom van het West-Friese gravenhuis. Naar aanleiding van een Vikingaanval op Tiel in 1006 sticht graaf Dirk III op verzoek van de Duitse koning in dat jaar de sterkte Hoogstat, waarmee nieuwe invallen moeten worden voorkomen. Die stichting leidt tot een opdeling van Masaland in drie gebieden. Daarbij wordt Maslant gehandhaafd en ontstaat oostelijk daarvan een rechtsgebied rond Hoogstat. Oostelijk dáárvan, gescheiden door de Schie (Schei), wordt Schieland genoemd. Het rechtsgebied Hoogstat wordt naar een plaatselijk rivier: de Vlaarding, Vlaardingen genoemd. Over de betekenis van de naam Vlaardingen hoeft geen onduidelijkheid meer te bestaan. Het is een samenvoeging van fladir en dinga, respectievelijk slappe en ontginbare [klei]grond (Bijl/Sigal, 1950). Dat sluit aan bij de terreinomstandigheden zoals we die van later kennen: een natte streek, moerasveen en kleiafzettingen. Uit de begrenzing van het rechtsgebied Hoogstat volgt dat Kethel en wat we kennen als de Babberspolder bij Vlaardingen hoorden. Een dorp Vlaardingen bestaat dan nog niet; dat dateert van kort na de aanleg van de Maasdijk (1253-1255).
Tekst
Arie de Klerk
Bijschrift illustratie
De grens tussen circa horas Reni en Masaland, in 985. Ondergrond 1750