FLARDINGA - 'Eerder heb ik in De Vlaardinger aangegeven dat het befaamde Willebrordkerkje niet in Vlaardingen zal hebben gestaan, maar achter Maasland als onderdeel van het koningsgoed Maslant, gaat Arie de Klerk van start.
Om te vervolgen met: 'Dat roept de vraag op wat dan het eerste godshuis in Vlaardingen is geweest, afgezien van de kapel van Kethel die in 1063 wordt vermeld. Naar alle waarschijnlijkheid maakt het eerste godshuis van Vlaardingen deel uit van de grafelijke burcht Hoogstat. Die was in 1006 gesticht door graaf Dirk III en was gesitueerd onderaan het tegenwoordige Liesveldviaduct. Waarschijnlijk was het een kapel: een eenvoudig kerklokaal zonder vaste bediening, bestemd voor gelovigen om hun godsdienstverplichtingen te kunnen nakomen. In wezen was het daarmee de hofkapel van Hoogstad. Dat het een kapel was komt ook naar voren in de vermelding van het ambt van kapelaan, meest recent in 1156, in de persoon van Thidbald.
Als sanctie tegen een hen onwelgevallig huwelijk ontnemen de Duitse keizer en de bisschop van Utrecht het West-Friese (later Hollandse) gravenhuis in 1063 de oude Willebrordkerkjes. Uit die tijd stamt een aantal kerkenlijstjes. Het kerkje van Maslant komt daarop niet voor; kennelijk bestond dat toen niet meer. Wel een kerk te Vlaardingen, althans in de ogen van de bisschop. Aangezien een dorp Vlaardingen dan nog niet bestaat zal de bisschop van Utrecht de hofkapel van Hoogstat hebben aangezien voor de rechtsopvolger van dat Willebrordkerkje. De ontneming van de in totaal 24 kerken/kapellen zal de relatie tussen het gravenhuis en de bisschop en de abt van Egmond een eeuw lang verzuren.
Graaf Dirk VI (1121-1157) zet zich ervoor in om de kerkjes/kapellen te herwinnen. In die strijd wordt hij in 1139 geëxcommuniceerd; buiten het godsdienstig leven gesloten. In zijn geval betekende het dat, wanneer het zijn tijd zou zijn, hij niet in gewijde grond zal kunnen worden begraven en daarmee niet in de abdijkerk van Egmond, bij zijn voorvaderen. In 1143, bij gelegenheid van de wijding van nieuwe abdijkerk van Egmond, stuurt de graaf aan op het opheffen van de banvloek. Nadat hij eerst een tirade van de abt over zich heen krijgt en daarna ongeschoeid een knieval moet maken en om genade moet smeken en beterschap moet beloven, ontheft de abt hem bij de gratie Gods van de banvloek. Hoe kun je een wereldlijk leider tegenover een volle kerk beter te kijk zetten.
Dirk VI pakt door en in 1156 heeft hij, in twee tranches, alle 24 kerken/kapellen weer in bezit. Hij draagt die in beheer over aan de abdij van Egmond, echter met uitzondering van de hofkapel van Hoogstat, die acht de graaf ondubbelzinnig eigendom van het gravenhuis. De abt zal woest zijn geweest en hij spreekt opnieuw de banvloek uit over graaf Dirk VI en gelijk over zijn zoon de latere Floris III. Daarop besluit graaf Dirk VI in Vlaardingen een heuse kerk te bouwen die, let wel, groter moet worden dan de abdijkerk van Egmond. Dat zal die abt leren. De kerk zal worden gesitueerd naast de begraafplaats op de oeverwal, waar sinds 1006 de overledenen van Hoogstat ter aarde werden besteld. Nog in 1156 zal met de bouw zijn gestart, te beginnen met het opwerpen van een terp. Graaf Dirk VI overlijdt echter in 1157, kort na start werkzaamheden. Omdat de grafkerk nog niet klaar is, wordt zijn lichaam bovengronds bijgezet – niet begraven – in de abdijkerk van Egmond. Zoon en opvolger graaf Floris III zet de bouw van de kerk voort, tot hij in 1186 de grafelijke residentie van Vlaardingen naar Leiden overbrengt. In de hoop op betere tijden rondt hij de bouwwerkzaamheden provisorisch af. Maar hoelang zijn de stoffelijke resten van graaf Dirk VI in Egmond gebleven?
Onderzoek en tekst
Arie de Klerk
Illustratiebijschrift
Schematische voorstelling van Vlaardingen, gezien vanaf de rivier, rond 1540. Detail. Bewaarplaats: ARA 's-Gravenhage, collectie Hingman 1086