Nu de renovatie van ‘t Hof en Oranjepark grotendeels is afgerond, de oude zitbanken uit mijn jeugd zijn opgelapt en t.z.t. worden teruggeplaatst, wordt langzaam maar zeker de oude glans van beide stadsparken weer in ere hersteld…
In 't Hof en het Oranjepark in Vlaardingen heb ik in de jaren ’50 en ‘60 met vriend en vijand mijn jongensjaren gesleten. Hier hebben mijn vrienden en ik geleerd ons verdriet en onze angsten te verbergen. Hier hebben wij gelachen en een enkele keer liefgehad.
In deze omgeving hebben wij cowboytje en indiaantje gespeeld en gevoetbald met straat- en dorpsgenoten. Blindelings wist ik mij een weg te banen door het dichte struikgewas en dicht bij de ingang aan de Hofsingel stond een muziektent, maar ook die is niet meer.
Het stenenbankje ligt nog wel verscholen in het groen. Ook hier zijn heel wat liefdestranen geplengd, misschien ook door mijzelf. Ik kan het mij niet herinneren.
Het watervalletje nabij de tennisbaan, onderaan de dijk, is vanwege de grote bouwdrift der Gemeente Vlaardingen schijnbaar in het niets verdwenen, ondanks de belofte dat het in ere zou worden hersteld.
De Hogelaan zal het in de toekomst net zo vergaan! Een prachtige laan vol robuuste beuken. Op deze Hogelaan hebben Vlaardingers in de herfst naar beukennootjes gezocht en ze later thuis gepoft.
Hebben verliefde paartjes urenlang, op harde nostalgische bankjes, stilzwijgend gezeten, elkaar aangekeken en hun harten met namen en data in het taaie schors gekerfd.
Meestal elkaar beminnend maar af en toe ook met intens verdriet en soms met verbijstering en afschuw, elkaar uitfoeterend, als hun relatie tanende was of dreigde op de klippen te lopen.
Bruidsparen hebben hier in de hondenstront getrapt, hun bruidsfoto’s gemaakt, elkaar gekust en een aantal van hen hebben later hun echtscheiding hier besproken. 't Hof met zijn Hogelaan vol dierbare herinneringen en stille geheimen.
In mijn jeugd leken de bomen op de Hogelaan veel robuuster, mooier, groener, imposanter en even droom ik achter mijn laptop weg en gezeten op een roze wolk…
… ik mis Siem. Siem de stotteraar. Ik vraag mij af waar de man, waar vroeger iedereen respect voor had, in hemelsnaam is gebleven? Siem mopperde immers nooit, maar hield in z’n eentje als hovenier het hele park vrij van bladeren en onkruid. Siem en ’t Hof waren één.
In de winter als er sneeuw en ijs lag had 't Hof iets romantisch, iets sprookjesachtig. Dan gingen we met de slee van de Hogelaan af… de enge diepte… zo de zandbak in of draaiden we op oude krulschaatsen van je opa, verkleumd onze rondjes om het eilandje in de hofvijver.
Een motorzaag reet mijn droom meedogenloos aan flarden. De roze wolk maakte plaats voor een nachtmerrie. De motorzaag doorkliefde, gevat in mensenhanden, meedogenloos beuk na beuk. Ik keek ernaar met tranen in mijn ogen, ook al wist ik dat deze beuken mogelijk ernstig ziek waren en er voor hen geen enkele hoop meer was.
Beuk na beuk, boom na boom werd geveld. Krakend en kreunend, moegestreden tot in hun laatste jaarringen, stortte zij zich met opgeheven kruinen ter aarde.
Voor mij als rasechte Vlaardinger, ging er weer een klein stukje Vlaardings sentiment verloren zoals er al zoveel in Vlaardingen verloren is gegaan.
De vlijmscherpe ketting van de motorzaag heeft noodzakelijkerwijs, maar ongewild mijn ziel geraakt. Over tientallen jaren, kort nadat ik mijn ogen voor eeuwig heb gesloten, zal deze pijnlijke gebeurtenis zich mogelijk herhalen.
Auteur: Dirk Tempelaar (Tekst)
Gepubliceerd: 30-11-2011
Aantal keer bekeken: 410
Terug
EEN MOTORZAAG DOORKLIEFDE MIJN ZIEL