Zoeken

Ton Lebbink: Nieuw Werk


Het hoog oprijzend herenhuis was kenmerkend voor de geschiedkundige Gouden Eeuw die Amsterdam in de kern nog volop bezat. Van wonen was, gezien het dorst opwekkende uithangbord (Nee, zeker geen gaper!) allesbehalve sprake. Vanwege het eminente zomerweer zaten alle gasten op het zonovergoten terras, en alle glazen waren gevuld. Ton Lebbink, met in zijn kielzog ex-dienster Caroline, besloot aan het enige en juist vrijgekomen tafeltje te gaan zitten. In die zin dat het niet het enige tafeltje was, maar wel net verlaten door vier rumoerige studenten. Hetgeen een pleonasme mag worden genoemd.

De uitspanning droeg, mogelijk met enige schaamte, de protserige naam Café De Geschoren Heuvel. De toegangsdeur was in overeenstemming met het pand: hoog, zwaar en voorzien van tierelantijnen, die niet duidelijk een vastgesteld en herkenbaar architectonisch tijdsgewricht duidden. Alsof een dronken, spastische idioot met hamer en beitel een nieuwe richting voorstond.

Ton en Caroline zaten op een rommelig terras, wat hun aanstond gezien de aard van hun partiële samenzijn. Ze luisterden naar gesprekken die hun niet aangingen. Ze verbaasden zich over de gekozen onbenulligheid van het onderwerp. Of er geregeerd moest worden met of zonder PVV en of Poetin en Trump weleens seks met elkaar hadden.

Er kwam een vrouw met dienblad door de openstaande deur het terras op. Lichamelijk was ze een plaatje, zalig zelfs; maar als een goedkoop handneukertje of pakmemaartje zag ze er niet uit. In haar strakke korte vleeskleurige jurkje leek ze naakt. Ze trok dan ook de onverdeelde aandacht van alle tijdelijke terrasbewoners en op straat reed een afgeleide automobilist een fietser de gracht in.

Dik rood haar, Kaukasisch uiterlijk, kusrijpe lippen, een boezem die – had hij ze ter beschikking gehad - Hansje Brinkers twee handen in de dijk had gescheeld, lange haarloze benen, hooggehakte pumps. Ze droeg het dienblad als het Vrijheidsbeeld haar toorts. De menukaart onder de linkerarm geklemd.

‘U wenst ...?’ ze trok haar wenkbrauwen op om Ton en Caroline tot bestellen te dwingen. ‘Rode Rioja en een anderhalfje.’ ‘Dat ga ik regelen. Ik ga even de tafels langs. Zie meer lege glazen. Zon maakt dorstig. Dan ga ik naar binnen en schenk alles in. Dat van jullie natuurlijk eerst.’

‘Het is een lekkertje,’ zei Caroline. Ze zat met nat kruis en kon er niets aan doen. Wilde er ook niets aan doen. Ik zou weleens een keertje met haar willen ...’ ‘Jajaja,’ monkelde Ton. ‘Nu weet ik het wel. Laat haar lopen en haar werk doen. Richt je aandacht op mij. Ze komt zo terug. Dan kun je verder druppelen.’

Ze was kennelijk klaar met het opnemen van bestellingen en schreed naar binnen. Een prestatie van formaat op oneindig lijkende hooggehakte pumps. Het was meer levitatie dan lopen. Ton Lebbink wilde haar 25 kilometer voor zich zien. Bij de Vlaardingse Haring en Bier Wandeltocht, bijvoorbeeld. Niet alleen de naam stond hem aan. De lijflucht van de Clupea harengus zou het zinnebeeld vervolmaken in zijn optiek. Snel stond hij op en ging plassen.

Het café was in overeenstemming met de naam. Er stond een absoluut minimum aan meubilair. Een toog met drie krukken. Daarachter een flessenwand. Verder kon je gaan en staan waar je wilde. Tijdens het tappen keek de struise op naar de kuise voorbijganger. In een opwelling gaf hij haar een hand. Haar pols was rank als een zwanenhals en er omheen rinkelden dunne zilveren armbandjes als wielertubes. Hij wist dat dit het eerste maar zeker niet het laatste bezoek was.
   ‘Dichter,’ zei ze.
   ‘Ja, maar niet nu. Op deze tijd van de dag wil ik drinken. Ideeën opdoen. En geloof me: je hebt me er al een berg aangereikt; ideeën. Drankjes nog niet. Want je bent nog druk bezig, zie ik.'
   ‘Fijne inspiratie?’
   ‘Ja. Dat heb ik in tijden niet meegemaakt.’
   ‘Mooi.’

Ze vulde haar dienblad en liep naar buiten. Ton Lebbink moest nu echt naar toilet.

Ze danste van tafeltje naar tafeltje. Overal een fijn woord of een lieve grap. Ze bewoog zoals God het ooit bedoeld moest hebben alvorens hij/zij de tekeningen zoek maakte. Ton en Caroline spraken niet. Beiden liefhebbers van al het goede, geobsedeerd door deze koninklijke verschijning in een burgerkroeg. Ze gooiden hun drankjes sneller dan het licht in hun gulzig keelgat.

De moderne, sensuele, te gekke Hebe kwam weer richting hun tafeltje. ‘Weet je,’ zei ze, ‘dat het onbeleefd is zo rap je drankje weg te werken. Ik doe mijn uiterste best er iets moois van te maken. Neem daar mijn tijd voor en jullie vernietigen dit ambacht in de handomdraai van een nanoseconde. Ik zal jullie nog één keer wijn en een anderhalfje geven. Daarvan gaan jullie genieten en anders is het uit met de pret en smijt ik jullie de gracht in.’

Het terras zweeg.

‘Het is uitermate slordig kunstwerken, waarin liters bloed, zweet en tranen, te vermoorden. Goed. Ik weet: het is warm. Maar als je wilt slempen ga je maar ergens anders. Dan ben je hier totaal aan het verkeerde adres. Jullie lijken me een intelligent stel. Van meneer hier heb ik nog twee elpee’s. Die draai ik regelmatig en met veel plezier. En van jou,’ ze keek Caroline nu strak aan. Dwars door haar net- en hoornvlies heen. ‘Zie ik dat je een vakzuster bent. Daar verwacht ik nog meer van.’

Een schuchter gekuch. De stad zweeg.

‘Ik denk dat je heel goed zult zijn.’ Nog steeds de blik op Caroline. ‘Niet alleen in bed. Maar als dienster hier. Café De Geschoren Heuvel is naarstig op zoek naar iemand die mij kan helpen in de bediening.’

Caroline kleurde van blijdschap.

‘Denk je dat ik in je schaduw kan staan?’ ‘Staan? Lopen zul je bedoelen. Hollen als het nodig is. Met alleen staan krijg je geen glazen vol en uitgeserveerd. En om een antwoord te geven op je vraag: Ja, ik denk dat je heel goed zult zijn.’ Ze liep weer verder naar andere tafeltjes. ‘Kun je morgen beginnen?’ vroeg ze over haar schouder, nog altijd leviterend met liters alcohol.
   ‘Ja,’ hijgde de ex-dienster van Café Helmers. ‘Ja.’
   ‘Mooi. Tot morgen dan.’

Ton Lebbink lachte breeduit. Caroline een baan in Café De Geschoren Heuvel. Dat bood perspectieven. Hij zou die Hebe eens leren wat echt lekker dichten was.

NOOT
Dat Ton Lebbink dichter is ... dat weten de trouwe lezers zonder meer. Daar is na ruim 300 vrijdag stukjes geen speld meet tussen te krijgen. En wie een bundeltje heeft van of zijn elpee's bezit, die wist wellicht al langer beter.

Nu zijn zwarte BIC voor even leeg is en zijn aantekenboekje vol heeft Ton Lebbink een blauwe BIC ter hand genomen en een kladblokje. Daarin de eenzin overpeinzingen van zijn creatie Douwe Reus. Een semi-alter ego van breinbeluste klasse en de wat verdere doordenkertjes. Soms gewoon om te lachen mag het een andere keer best even kraken binnenin.

DOUWE REUS (1)


 


Auteur: Peter Joore (Tekst), Beaty Czetö (Fotografie), Ton Lebbink (Cartoon)
Gepubliceerd: 16-06-2017
Aantal keer bekeken: 282


Reacties

Re: Ton Lebbink: Nieuw Werk

Rijkhalsen ?

Door George op 17-6-2017 08:29:58

Re: Ton Lebbink: Nieuw Werk

George: mensen met dure nekken.

Door Peter Joore op 19-6-2017 09:49:17
Uw commentaar

Naam:
E-mail: (niet zichtbaar)
Titel:
Commentaar:
CAPTCHA Afbeelding
Vul de bovenstaande code hieronder in

Geef commentaar

Terug
Ton Lebbink: Nieuw Werk

© De Vlaardinger  |  Inloggen