Zoeken

Geacht college van B&W Vlaardingen

ir. J. van der Voorden stelt misstanden (nog) scherper

Op 10 oktober 2017 ontving u van ondergetekende  de brief – verder aangeduid als brief 1 - inzake het Mariskwartier met vragen over de collegebesluiten die bij de totstandkoming van dit plan zijn genomen. Deze brief is door de griffie bestempeld als een bezwaarschrift. De wethouder geeft dit ook aan in zijn notitie van 13 oktober jl. aan de raadsleden.

In telefonisch contact op initiatief van de griffie is ondergetekende akkoord gegaan met deze behandeling, maar heeft er nadrukkelijk op gewezen dat de brief ook gezien moet worden als een bezwaar tegen de bestuurlijke besluitvorming die heeft plaatsgevonden.

In de brief van 10 oktober worden aantallen en gegevens van het plan genoemd. Deze dienen slechts ter illustratie van de vragen die over de collegebesluiten worden gesteld. De vragen in die en deze brief richten zich op de juridische complicaties van die besluiten. 

Uiteraard is ondergetekende benieuwd naar de bevindingen van de bezwaarschriftencommissie. Maar dit laat onverlet dat ondergetekende ‘verwacht’ dat het college deze vragen beantwoord.

Het is dan ook onverantwoord om de beantwoording te koppelen aan de termijnen die de commissie bezwaarschriften nodig heeft. Behandeling start formeel pas na 10 november! 

Daarom nogmaals de vragen – incidenteel meer aangescherpt – en het dringende verzoek, zo niet advies, deze met spoed en op korte termijn te beantwoorden.

Zorgvuldigheidshalve benadruk ik dat deze brief NIET als een bezwaarschrift tegen het plan Mariskwartier kan en mag gezien worden. Uiteraard is ondergetekende te alle tijde bereid het aan de orde gestelde in een persoonlijk gesprek nader toe te lichten. Mede daarom heb ik de griffie inmiddels verzocht om een gesprek met de burgemeester. 

Dan nu nogmaals de vragen aan het college.

De vragen worden nogmaals – incidenteel wat aangescherpt - beknopt toegelicht. Voor gedetailleerder toelichting: zie brief 1.

[vraag LL vervangt de in de brief dd.10.10.17 geformuleerde HAMVRAAG, en is als LL betiteld om de vergelijking met brief 1 te vergemakkelijken]. 

Vraag LL            Op welke wettelijke gronden faciliteert de gemeente een bouwplan dat niet
   voldoet aan 
de wettelijk voorgeschreven beleidsvoorschriften om bij nieuwbouw
   de vereiste parkeervoorzieningen binnen de plangrens te treffen, terwijl middels
   de uitgeschreven prijsvraag voor de locatie Mariskwartier is aangetoond dat dit
   wel kan?

[deze juridisch bindende beleidsstukken zijn: bestemmingsplan Stadshart, Wijzigingsplan, Parkeernota  2008, de bouwverordening en het Actieplan  Wonen]

[merkwaardig fenomeen hierbij is dat het college op 28 april 2015 aan Samenwerking vrijstelling voor de verplichting - om binnen de plangrens aan de parkeereis te voldoen - verleend heeft,

- de prijsvraag voor Samenwerking uit 2015 net of nog net niet was afgerond

- er inzendingen  waren die wel aan de parkeereis voldeden

- het plan van de projectontwikkelaar dat hier niet aan voldoet in 2015 tot winnaar van de prijsvraag wordt uitgeroepen in plaats van het af te wijzen

- de gemeente en Samenwerking hier van op de hoogte waren

- er daarna een wijzigingsprocedure het bestemmingsplan wordt gestart

- het plan min of meer wordt afgewikkeld buiten de gemeenteraad om

- gemeente en Samenwerking voor het eerst pas in september 2017 op zeer summiere wijze over de bouwvoornemens informatie verstrekken terwijl het plan al in 2015 bekend was EN

- de vrijstelling buiten de gemeenteraad om is verleend. De raad is hier slechts door middel van een besluitenlijstje op de hoogte gesteld!?!?

Vraag 01             Op grond van welke overwegingen heeft het college besloten om

   Samenwerking vrij te stellen van de verplichting - in Parkeernota en het
   wijzigingsplan - om binnen de plangrens de vereiste parkeervoorziening te
   treffen?

[de enige grond voor vrijstelling in de Parkeernota is dat de parkeervoorziening niet inpasbaar is, en dat is hier niet het geval. Ook is er geen artikel waarin staat dat er “analoog met het parkeerfonds” - zie wijzigingsplan par. 5.9 -  besloten kan worden]

Vraag  02:           Hoe kan het dat Van Wijnen tot winnaar wordt gekozen terwijl dit plan juist
   NIET aan de 
door gemeente voorgeschreven parkeereisen c.q. wettelijke
   voorwaarden voor nieuwbouw voldoet?

[Samenwerking en Gemeente waren immers op de hoogte van het feit dat andere inzenders de parkeereis wel binnen de plangrens hadden opgelost!!

Sterker: de wethouder was voorzitter van een workshop met het architectenbureau: zie brief 1 bijlage II]

vraag 03:            Waarom krijgt Samenwerking een status aparte en op grond van welke
   argumenten kunt u 
voor toekomstige locaties in het centrum, aan welke
   initiatiefnemer dan ook, een verzoek tot vrijstelling weigeren?
   [precedentwerking]

[ Alle nieuwbouw in het centrum: Hoogwitte, Korte Dijk, Havenstraat, de recente nieuwbouw aan de Hoflaan, enz, enz. voldoen allemaal aan de eis om parkeervoorziening binnen de plangrens te realiseren].

vraag 04:            Wat is een besluit “naar analogie met het parkeerfonds”, zoals vermeld in
   het 
wijzigingsplan par. 5.9?

[Besluiten worden toch genomen overeenkomstig/in overeenstemming met en NIET naar “analogie met”.

Als er bestuurlijk correct overeenkomstig de Parkeernota was gehandeld, dan hadden de daarin genoemde voorwaarden ook moeten worden ingevuld: afkoopsom voor en compensatie van vrijgestelde parkeerplaatsen.

een rechter vonnist toch ook niet “naar analogie met de wet, maar conform]

 

vraag 05:            Heeft Samenwerking een bijdrage in het parkeerfonds gestort?

[Dat zou zo moeten zijn want de enige grond tot vrijstelling van de parkeereis is: de parkeerplaatsen [PPL] zijn niet inpasbaar in het plan. Maar dat zijn ze wel: simpelweg met een verdiepte parkeeroplossing, ook wel parkeergarage genoemd. Zie bijvoorbeeld recente nieuwbouw Hoflaan, waarom is daar geen vrijstelling verleend?] 

vraag 06:            Waar en wanneer worden de te compenseren 117 parkeerplaatsen gerealiseerd?

vraag 07:            Handelt Samenwerking niet in strijd met de regelgeving voor Toegelaten
   Instellingen door 
niet de financiële verplichtingen voor het project, d.w.z.
   inclusief de vereiste parkeervoorziening, op zich te nemen?

[Een toegelaten instelling is 100% verantwoordelijk voor ontwikkeling, financiering,beheer en exploitatie van haar bezit. Zie woningwet 2015 en de daaraan gekoppelde regeling IBW – Indicatieve Bestedingsruimte Woningcorporaties]               

vraag0 8:            Behoort het [indirect] verlenen van een financiële bijdrage aan een plan van een
   
woningcorporatie tot de taken en bevoegdheden van een gemeentebestuur?

[het effect van de door u verleende vrijstelling is dat de Stichtingskosten minimaal € 20.000 lager uitvallen.

De huurders betalen, met bedongen korting van 50%, € 30,83 per maand voor het parkeren.

Dat is nog altijd 7,7 x de kosten van een parkeerverhoging en was dit in de huur verwerkt dan was waarschijnlijk [incidenteel de liberalisatiegrens van € 710 per maand overschreden!] 

vraag 09:            Behoort het tot de taken en bevoegdheden van een gemeente om voor het
   particulier 
bedrijf BKS Parking inkomen te genereren?

[citaat uit het door u vastgestelde wijzigingsplan [par. 5.9]: “…… exclusief het bewonersdeel van de sociale huurwoningen, waarvoor het college vrijstelling heeft verleend onder de voorwaarde van parkeren in garage Hoogstraat]

vraag 10:            Welke maatregelen gaat het college nemen om de door de vrijstelling ontstane
  
 rechtsongelijkheid op te heffen?

[Parkeernota maakt onderscheid tussen woningen met en woningen zonder parkeervoorziening.

- toekomstige bewoners van de 117 krijgen geen parkeervergunning maar een straat verder, als het ook een woning zonder parkeervoorziening betreft, wordt de vergunning wel verstrekt

- de toekomstige bewoners van de 117 krijgen 50% korting bij de parkeergarage, de andere bewoners in het vergunningengebied niet

                - Samenwerking wordt vrijgesteld van de parkeereis, maar ontwikkelaars van al
  gerealiseerde projecten kregen dit niet, en toekomstige ontwikkelaars?? [zie ook
  vraag 03: precedentwerking] 

vraag 11:            Ontstaat er door de gekozen werkwijze voor de burger niet het gevaar van
   willekeur?

[Bijvoorbeeld dat het/een college in de toekomst meent te moeten besluiten bewoners van “woningen zonder parkeereis” binnen een straal van 300 meter te schrappen en deze naar een te lege parkeergarage te loodsen] 

vraag 12:            Kan het college aangeven wat de keuzevrijheid voor de toekomstige bewoners
   van de 117 
is?

[ze kunnen ‘kiezen’ uit: parkeren buiten het vergunningengebied of bij de parkeermeter.

Zonder vergunning is de BKS garage het goedkoopst, maar nog altijd 7,7 x duurder dan een parkeervergunning] 

vraag 13:            Hoe lost het college de strijdigheid tussen het aantal vereiste PPL en het aantal
   PPL 
waarvoor vrijstelling is verleend op?

[Het plan van SW telt 117 appartementen, de ontheffing is gebaseerd op het wijzigingsplan met 89 appartementen.

Voor De vrijstelling voor de parkeereis is gebaseerd op het wijzigingsplan en betreft 89 woningen.

Voor 117 – 89 = 28 woningen = 28 PPL is dus geen vrijstelling verleend

Het collegebesluit betreft 106 PPL, dat is inclusief het bezoekersaandeel [89 x 1,2]

Zo rekenend is er voor 34 woningen = 34 PPL geen vrijstelling verleend

In het kader van de wet Openbaarheid van Bestuur doet ondergetekende een kopie van dit schrijven toekomen aan:

- raadsleden
- lokale pers
- AD
- een aantal belangstellenden

 


Auteur: J. van der Voorden (Brief)
Gepubliceerd: 16-10-2017
Aantal keer bekeken: 755


Reacties
Uw commentaar

Naam:
E-mail: (niet zichtbaar)
Titel:
Commentaar:
CAPTCHA Afbeelding
Vul de bovenstaande code hieronder in

Geef commentaar

Terug
Geacht college van B&W Vlaardingen

© De Vlaardinger  |  Inloggen