Brief aan raad en B&W van ir. J. van der Voorden

Op 20 september publiceerde De Vlaardinger ingezonden artikel “Mariskwartier: De schaduw van de wind? - Stedenbouwkundig mirakel stadscentrum” (Zie: LINK). De schrijver daarvan, ir. J. van der Voorden, heeft op 10 oktober over de totstandkoming van dit plan een brief aan het College en de gemeenteraad gestuurd.

Strekking van zijn betoog is dat bij de besluitvorming voor dit plan, zo stelt hij: “Niet aan beleidsuitgangspunten en wettelijke voorschriften is voldaan”. In een met spoed ingelast gesprek op maandag 9 oktober met wethouder Hans Versluys, de gebiedsmanager en projectleider van Samenwerking heeft hij dit nader toegelicht. “Dit was een zakelijk gesprek en de gemeente heeft toegezegd een aantal zaken te checken”. Het is nu wachten op de antwoorden. Hij heeft het college tevens verzocht om zijn brief op de agenda van de relevante raadscommissies te agenderen

Desgevraagd stelt Van der Voorden: “Dat in alle gemeentelijke beleidsstukken en verordeningen staat dat bij nieuwbouw de parkeervoorziening binnen de plangrenzen moet worden getroffen.
     Dit staat in bestemmingsplan Stadshart, de Parkeernota 2008, het Actieplan Wonen en de plaatselijke bouwverordening. Dat gebeurt dan ook overal: nieuwbouw Kortedijk, nieuwbouw Havenstraat en ook de recente nieuwbouw aan de Hoflaan”.

“Bij het plan voor het Mariskwartier is hier echter van afgeweken en wel op een zeer merkwaardige wijze”. De “crux” zo stelt hij “is de argumentatie die door het college is gehanteerd voor het verlenen van de vrijstelling van de parkeer-eis.”.

Van der Voorden stelt: “Dit besluit is niet genomen in overeenstemming met deze eisen, maar ’naar analogie met het parkeerfonds’. Zo staat het letterlijk in het inmiddels definitief vastgestelde wijzigingsplan.
   Door het zo te formuleren omzeilt het college de voorwaarden die aan de vrijstellingsmogelijkheid in de Parkeernota 2008 worden gesteld”.

Een van die voorwaarden, zo stelt hij, is: “Dat er bij vrijstelling door ‘de initiatiefnemer’, en dat is Samenwerking, een bedrag van € 20.000 per vrijgestelde parkeerplaats in het parkeerfonds moet worden gestort. Voor 117 woningen is dat een bedrag van € 2.340.000,-

“Dit betekent dus tevens dat door deze vrijstelling voor Samenwerking een verlaging op de kosten voor het project van minimaal € 20.000 per woning optreedt en feitelijk dat de gemeente dat bedrag aan het plan bijdraagt. Dat is volledig in strijd met de woningwet en de daaraan gekoppelde regeling Indicatieve Bestedingsruimte Woningcorporaties”.

Vervolgens toont hij aan dat er bij de inzendingen op de prijsvraag die Samenwerking in 2005 voor dit project heeft uitgeschreven meerdere inzendingen waren die het parkeren WEL binnen de plangrenzen hebben opgelost. Bijvoorbeeld bij het ontwerp dat door het bureau Roeleveld Sikkes is ingediend. Hierin is een verdiepte parkeervoorziening voor 110 plaatsen binnen de plangrens opgenomen.”

Op de site van dit architectenbureau kun je lezen:
   'Als onderdeel van het proces is onder voorzitterschap van de wethouder (Hans Versluys(?), red.) een workshop georganiseerd waarbij alle stakeholders aanwezig waren. Het programma omvat 119 woningen, 475 m2 voorzieningen en een verdiepte parkeervoorziening voor 110 auto's.

Vervolgens stelt hij: ”Via deze prijsvraag is aangetoond dat de parkeervoorziening wel binnen de plangrens kan opgelost kan worden. Het lijkt er op dat er met verschillende PVE’s – programma van eisen – is gewerkt of dat 1 inzender zich niet aan het PVE heeft gehouden”.

Het is dus niet te vatten dat de winnaar van de prijsvraag, een projectontwikkelaar, een plan indient waarbij voor de 117 daarin opgenomen sociale huurwoningen de parkeeroplossing wordt gevonden door de toekomstige bewoners te verplichten hun auto in Parkeergarage Hoogstraat onder te brengen.

“De vragen die dan beantwoord dienen te worden”, zo stelt Van der Voorden, zijn:
   “Waarom wordt er voor Samenwerking een uitzondering gemaakt?” en “Waarom faciliteert een gemeente een plan dat volledig in strijd is met het door haar gevoerde en wettelijk geregelde beleid?”

In zijn brief aan het College stelt hij de hamvraag, gevolgd door een tiental conclusies. Deze worden in een bijlage nader toegelicht, met daarin in totaal 13 vragen ter beantwoording door het college.

De HAMVRAAG die hij aan het college stelt is:

Waarom faciliteert de gemeente een bouwplan dat niet voldoet aan haar beleidsvoorschriften om de parkeervoorziening binnen de plangrens te treffen terwijl aangetoond is dat dit wel kan?

Kort en kernachtig samengevat vat hij de geschiedenis van dit plan samen:

1. Samenwerking schrijft een prijsvraag uit.
2. Er worden plannen ingediend die wel en die niet aan de parkeer-eis van de gemeente voldoen [de
    parkeer eis is: parkeervoorziening op eigen terrein treffen, dus: binnen de plangrens].
3. Samenwerking en Gemeente weten dat er plannen zijn die daaraan wel voldoen.
4. Samenwerking kiest voor een plan dat niet aan de beleidseisen voldoet [bestemmingsplan,
    Parkeernota, Actieplan Wonen, de bouwverordening].
5. Er wordt een wijzigingstraject ingezet waarbij er “analoog met” [???] het parkeerfonds een
    oplossing wordt bedacht. Dit in een overleg tussen Gemeente, Samenwerking en de
    projectontwikkelaar!
6. Plan wordt via de procedure omgevingsvergunning vastgesteld.
7. Het bouwplan wordt niet ter inzage en ter visie gelegd. 

Tijdens de afsluiting van het interview maakt Van der Voorden nog een korte opmerking over het plan zelf.

Hij heeft inmiddels met zeer veel mensen gesproken. Als antwoord op de vraag “Weet je wat ze bij de Cronjéstraat en de Gedempte Biersloot gaan bouwen?” kreeg hij van iedereen een duidelijk NEE. Als zij vervolgens horen dat er een woontoren van 45 meter hoog komt is de reactie: Wat??? gaan ze daar een toren van 45 meter hoog bouwen? Wie bedenkt er nou zoiets? Zijn ze gek geworden? Dat is een planologische blunder! Et cetera.”

Niet één reactie, en dat zijn er inmiddels veel, was positief.

Eén opmerking over het plan zelf wil hij nog wel maken. En dat betreft de bezonning.
   “In het wijzigingsplan staat dat er een studie naar de bezonning is verricht. Dit onderzoek heeft echter alleen betrekking op het effect van dit nieuwbouwplan op de omliggende bebouwing. Wat men niet gedaan heeft is het plan zelf op zijn kwaliteiten met betrekking tot bezonning toetsen. Gezien de oriëntatie van de hoogbouw en het bouwblok van 5 hoog, die nagenoeg op het zuiden liggen, is duidelijk dat een deel van de eengezinswoningen die daarachter liggen, voor een belangrijk deel van het jaar 0 (nul) uren zon per dag zullen hebben”.

“En,” zo stelt hij “wie wil er nou een woning huren die van september tot mei geen enkel zonnestraaltje ontvangt en wie wil er nou een woning huren waarbij hij verplicht is om gebruik te maken van parkeergarage Hoogstraat?”

Al met al kan er geconcludeerd worden dat het college een zware kluif heeft om de door hem gestelde vragen te beantwoorden.

 


Auteur: Peter Joore (Tekst), J. van der Voorden (Fotografie + Illustraties)
Gepubliceerd: 12-10-2017
Aantal keer bekeken: 1000

Mariskwartier: ‘Tegenstrijdigheden in aanlooptraject’