Zoeken

Ton Lebbink: ‘Akerbeltz?’


Er bleef Ton Lebbink niets anders over dan een andersoortig anderhalfje te proberen. Hij was in het hem onbekende Café de Lustige Staart. Onder mannequins een gewilde locatie vanwege de nog tijdens het opdienen spartelende ossenstaart in de soep. De ex-filmjournalist zou zo ook komen. Net als de handelsreiziger, wiens relatie met de Griekse halfgodin Thebe na talloze orgasmes op niets meer dan een op geleend geld gebaseerde EU-relatie bleek.

Het was druk in het café. Een paar meisjes van het modisch zo gewilde maatje gratenbaal babbelden geanimeerd dat het een lieve lust was. De dichter begreep direct waar dit lokaal de naam aan had ontleend en stond er verder niet bij stil.

De ex-filmjournalist deed ook vreemd. Hij bestelde eens geen koffie, maar nam een kopje thee. Een deerne, die dienster was en haar doos onder de arm droeg, stiefelde op hem, wiens AOW de Staat langzaam een molensteen om de Nationale Ouderennek werd, af en zei met zwoele stem: ‘We hebben de smaken Vroeg Grijs, Strawberry, Citroën en Cinnamon. In geminimaliseerde en fijne korrelvorm, door het hete water heen-en-weer te duwen met een theelepel.

De smaken en de kleuren lopen asynchroon. Het is soms zo dat een op aardbeien geënte smaak knalgeel is, terwijl de limoen als stoffig grijs je kopje inwendig afficheert. De ene thee is krachtig van afdronk en de andere bevat een subtiliteit zoals je zelden meemaakt. Er is er zelfs een met een kiezelachtige afdronk.’

Ton Lebbink bezag het tafereeltje zwijgend. Een café waar geen ijskoude jenever in de vriezer bivakkeerde en waar het bier enkel Akerbeltz uit het Frans Baskische Ascain was, daar vereiste het inschenken van een anderhalfje een geheel andere benadering. Hij belde snel bierbrouwer/eigenaar François Iraola. Die kende hij nog van twee decennia terug, toen hij met de spannende roman Shibumi van schrijver Trevanian in de hand bij hem in het hotel-restaurant belandde.

‘In 1999 begonnen met bierbrouwen en sinds een half dozijn jaar op een gloednieuwe locatie,’ zei hij tegen de wat afwezige handelsreiziger, ‘dat is pas wat je zegt vooruitgang met een schuimkraag.’ De handelsreiziger deed er het zwijgen toe. Geen onderwerp leek hem uit zijn erotische lethargie te kunnen rukken.

‘Momentje,’ sprak de ex-drummer streng. ‘Ik heb contact met Frankrijks beste en meest innoverende bierbrouwer van het moment.’ Het werd een gesprekje dat begon met “Bonjour mon ami,” en eindigde met: “A bientôt.” Na elkaar te hebben weggedrukt wendde de ex-deurwaarder van Paradiso zich tot het meisje dat juist de theestory vertelde. Hij zei: ‘Een Akerbeltz Blanche met een glaasje ijskoude Izarra, s’il vous plaît.’

Nadat de frêle hem met veel aplomb en ware liefde voor het vak had bediend zei zij met onvervalst accentloos Frans boerendialect: “Une moitié et demi pour monsieur le poète.” Het was de groene likeur. Bekender onder de Baskische naam Izarra Berdea en gemaakt met behulp van liefst zestien soorten kruiden en voorzien van een niet te missen pepermuntsmaak. Daar zou Schiedammer Leo Fontijne zich beter eens op mogen storten in zijn Vlaardingse Van Toor Distilleerderij.

Er volgde een aparte middag waarvan een deel aan Ton Lebbink verloren ging. Niet zo zeer doordat de Akerbeltz hem naar de kruin steeg was het de tachtig procent van de Izarra die hem op deze herfstachtige dag een ongekende das omdeed. Toch was hij niet voor een kleintje vervaard en er zouden nog vier anderhalfjes van Franse statuur volgen; ze kostten een tientje per stuk en de dichter leerde de smaak waarderen.

De ex-filmjournalist dronk elke soort thee die voorradig was. Hij vond het kittige dienstertje leuk. De handelsreiziger nam een glaasje Perrier en deed daar de hele middag mee. Aan ouzo had hij sinds kort de schurft. Daarbij was zijn beurs zo goed als leeg na maanden van Griekse erotische euforie.

Het drinken was van geheel andere aard en wist menig euro te verpletteren. De Drie Heren lieten het over zich komen als Gods akkeren Zijn wateren. Het kwam zoals het niet ging. En ieder zong zijn eigen lied. Café de Lustige Staart was die middag heel wat waard.

DOUWE REUS


 


Auteur: Peter Joore (Tekst), Beaty Czetö (Fotografie), Ton Lebbink (Krabbel)
Gepubliceerd: 13-10-2017
Aantal keer bekeken: 232


Reacties
Uw commentaar

Naam:
E-mail: (niet zichtbaar)
Titel:
Commentaar:
CAPTCHA Afbeelding
Vul de bovenstaande code hieronder in

Geef commentaar

Terug
Ton Lebbink: ‘Akerbeltz?’

Laadtijd van deze pagina: 0,0937569

© De Vlaardinger  |  Inloggen